Elia, een weg door de woestijn (een lezing gehouden door Laetitia Aarnink ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Platform 'Religieus leven' van het Kontakt Nederlandse Religieuzen, op 11 oktober 2006)

Je zult Elia heten, Eli-jahoe, Jahwe toegewijd, aan Hem verknocht, en dan najaren ontdekken dat al je ijveren voor niets is geweest. 'Ik heb vurig geijverd voor jou, maar het volk heeft jou de rug toegekeerd, jouw altaren hebben ze verwoest, jouw profeten vermoord. Ik alleen ben overgebleven en ik ben gevlucht, omdat ze mij naar het leven staan' (vgl. 1 K 19,14).
    Het is bekend dat de profeet Elia uit Tisbe uit Gilead komt, maar over zijn ouders, zijn familie, zijn beroep weten we verder niets. Ineens, onaangekondigd staat hij daar. 'Een profeet als vuur', zegt Jezus Sirach, 'en zijn woorden zijn als brandende fakkels' (Sir 48, l). Twintig jaar lang werkt hij in de politiek, hoewel maar enkele verhalen over die periode van hem bekend zijn (1 K 17,l-2 K 2,18). Ten tijde van Elia, in de negende eeuw voor Christus, heerst er crisis in het land, niet zozeer op politiek, sociaal en economisch gebied, want men heeft het in jaren niet zo goed gehad, maar religieus- spiritueel is het volk volkomen gedesintegreerd. Het heeft zijn ziel verkocht aan de Baäl, dat wil zeggen aan groei, welvaart, vruchtbaarheid, macht en ongekende vooruitgang. De hang naar meer en beter is onstuitbaar. De God van de uittocht uit Egypte, de God van het brandende braambos en de schraalte van de woestijn is vergeten. Elia voelt zich alleen, Gode gewijd, maar door niemand begrepen en door zijn volk in de steek gelaten. Hij wil niet langer Elia, aan God gewijd heten. Alles heeft hij doorstaan: de droogte van de beek Kerit waar hij in volkomen passiviteit door een raaf gevoed werd (1 K 17, l-7), het religieus fanatisme van de Baälsprofeten op de Karmel (1 K 18,20-40), de confrontatie met Achab en Izebel (1 K 18,16-19) en vooral de ongevoeligheid en onverschilligheid van zijn volk (1 K 18,21-22). Maar nu is het genoeg, hij kan het niet meer aan. Hij vlucht de woestijn in, een dagreis ver, gaat onder een bremstruik liggen en wil eigenlijk alleen nog maar dood. 'Het wordt mij te veel', zegt hij, 'laat mij hier maar sterven, want ik ben niet beter dan mijn vaderen'. Hij is het zat, doodmoe van al dat gesjouw voor zijn God. Wat overblijft, is woestijn, de schraalte van de bremstruik, geen weg, geen richting, niet weten hoe verder.

Een woestijn van niet weten
Veel mensen die hun leven in dienst van God en de mensen hebben gesteld, voelen zich als Elia. Jarenlang hebben zij zich uitgesloofd voor anderen, alles gegeven: niet omdat het moest, maar omdat zij zich innerlijk daartoe geroepen voelden. Maatschappelijk hebben zij als religieuzen een beweging van barmhartigheid op gang gebracht en gelukkig hebben anderen hun werk voor de verdrukten in de samenleving overgenomen. Kleine onooglijke beginnetjes zijn uitgegroeid tot grote scholen­gemeen­schappen, uitgebreide zorginstellingen en een netwerk van maatschappelijke dienstverlening. Het gaat goed met Nederland, zegt men. De samenleving voelt zich verantwoordelijk voor het welbevinden van haar burgers en beseft dat je mensen die er slecht aan toe zijn niet kan afschepen met een aalmoes. Tegelijkertijd ziet ook iedereen die niet met oogkleppen op loopt, hoe onbarmhartig hard de politiek zich opstelt tegenover mensen die zich niet of nauwelijks kunnen redden.
    Met Elia vragen mensen zich dan ook af: wat heeft al dat zwoegen nu uitgehaald? De samenleving is er niet veel anders van geworden en de geestelijke leiders vinden het verkondigen van wat wel en niet geoorloofd is belangrijker dan het luisteren naar vragen van mensen die zoeken naar de zin van hun bestaan.
    'Is er een verder?', vraagt Elia zich af. 'Hoe moet ik in deze situatie verder?', vragen velen in onze tijd zich af. Mystici in onze traditie spreken als zij met dergelijke zinvragen geconfronteerd worden over 'nacht', de nacht van niet weten, over woestijn en leegte. Het is een tijd waarin alle bedrijvigheid en drukdoenerij stilvallen en alle goede bedoelingen worden ontmaskerd. Het is een tijd van niets doen, niets meer kunnen, niets meer willen, van wachten en uitzien naar de morgen als wachters in de nacht, zoals de psalm zegt (Ps 130,5-6). In de nacht, in de zogenaamde 'verloren tijd', word je geconfronteerd met jezelf. Iemand houdt je een spiegel voor, iemand laat je vallen en verraadt je, iemand doorziet je manipulaties en heeft je door. Alle kaarten worden je uit handen geslagen en van je zorgvuldig geformuleerde plannen blijft niets over. De vertrouwde dingen en vaste punten beginnen te schuiven en niets blijft meer op zijn plaats staan. Je raakt je overzicht kwijt en voelt je totaal onthand.

Er is een weg
Elia voelt zich mislukt, maar gaandeweg ervaart hij dat de woestijn en de bremstruik niet het einde zijn. De nacht duurt, maar niet eeuwig. Tot twee keer toe komt er een engel bij hem langs die hem wakker schudt en zegt: 'Kom Elia, eet wat en drink wat. Je hebt nog een lange reis voor de boeg'. En Elia gaat. Veertig dagen en veertig nachten, een eeuwigheid – zo lijkt het wel – trekt hij verder, niet wetend waar de weg hem brengen zal. Het wonderlijke van heel dit gebeuren is, dat hij in de woestijn, als ieder steunpunt hem ontvallen is en zelfs God zich verborgen houdt, tot besef komt. Niet rationeel of logisch, maar op het niveau van de ziel groeit het besef, dat leven, zijn leven, niet te organiseren valt, maar gegeven wordt, van dag tot dag, zomaar, 'om niet'. Hij gaat, alleen, zonder enig houvast, en al gaande groeit zijn vertrouwen in de weg, de weg die hem beweegt in de richting van de berg van God, de Horeb.
    In heel de mensengeschiedenis gaan mensen deze weg: door nacht en woestijn, in volstrekte eenzaamheid, radeloos soms, dodelijk vermoeid, maar ook met volharding.
Augustinus verzucht:

 
Veel te laat heb ik jou liefgekregen
schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou liefgekregen.
Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij is. (Belijdenissen 10,27)

Jan van het Kruis spreekt over de nacht van zoeken en gevonden worden:

 
In de nacht gelukkig
in het geheim dat niemand me zag
noch ik had oog voor iets
met geen ander licht en geleide
dan wat in het hart brandde.

Dit geleidde mij
zekerder dan het licht midden op de dag
naar waar mij wachtte
die ik goed me wist
op een plek waar niemand kwam.

O nacht die geleidde
O nacht liever dan het morgenlicht!
O nacht die samenbrengt
geliefde met geliefde
geliefde in de geliefde omgevormd! (Donkere nacht)

Teresa van Avila, Theresia van Lisieux, Simone Weil, Edith Stein, Titus Brandsma en zoveel naamloze mensen vinden hun weg in de woestijn van godverlatenheid. Op 6 juli 1961, twee maanden voor zijn dood, schrijft Dag Hammarskjöld in zijn geestelijk dagboek Merkstenen:

 
Vermoeid
en eenzaam.
Vermoeid,
het hart doet zeer.
Langs de rotsen
sijpelt de dooi.
De vingers zijn stram,
de knieën trillen.
Nu, nu is het ogenblik daar
dat je niet mag loslaten.

Anderen vinden rustplaatsen
op hun weg, in de zon
waar ze elkaar ontmoeten.
Maar dit
is jouw weg
en het is nu, nu
dat je niet mag falen.

Schrei,
als je kunt,
schrei
maar klaag niet.
De weg koos jou –
en je moet dankbaar zijn.

 
De weg koos jou en je hebt geen keus. Gaande die weg moet je erachter zien te komen of je nog op de goede weg zit, of je jezelf en anderen niet voor de gek houdt. Het is een weg met omleidingen en wegversperringen, een weg die je – zo lijkt het soms wel – steeds verder wegvoert van je bestemming. Je komt niet verder en blijft altijd een beginneling. Dat is misschien frustrerend, maar ook bemoedigend, want het rijk Gods is juist voor wie wil worden als een kind. Eckhart zegt: 'Mijn ziel is zo jong als op de dag dat hij geschapen werd, ja, en nog veel jonger. Ik zeg je, ik zou beschaamd staan, als hij morgen niet jonger zou zijn dan vandaag'.

Op de berg
Na veertig dagen en veertig nachten sjouwen door de woestijn, overkomt Elia wat hij niet verwacht had. Met ingehouden adem schrijft de auteur van het Eerste Boek Koningen:

 
En hier, die voorbijging
was Hij,
een hevige stormwind,
bergen splijtend en rotsen verbrijzelend,
voor zijn Aangezicht uit.
In de stormwind: Niet Hij.
Na de stormwind een aardbeving.
In de aardbeving: Niet Hij.
Na de aardbeving een vuur.
In het vuur: Niet Hij.
Maar na het vuur
een stem van beukende stilte.
Toen Elia dat hoorde,
sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht.
Hij ging naar buiten
en bleef staan
aan de ingang van de spelonk. (1 K 19,11-13)

Elia, uitgeblust en meer dood dan levend, mag ervaren dat God niet is in de storm, in de aardbeving of in vuur, maar dat God hem rakelings nabij komt in een tot stilte beukende stem, een stem die hem plat slaat en stil maakt, huiveringwekkend stil. Alles valt stil, als Elia, staande voor het Gelaat van de Machtige voelt, dat niets meer overblijft dan stilte, eeuwig zwijgen, overgave. Het is een stilte die hoorbaar is in Maria's 'Mij geschiede naar uw woord'. Er worden boven op de berg niet drie tenten gebouwd, zelfs niet één, om deze alles overstijgende ervaring vast te houden. Het verhaal eindigt met de broodnuchtere opdracht: 'Ga terug naar beneden en doe wat je te doen staat'.

Groeien in geestelijk leven is een levenslang proces van toewijding en afwending, van intuïtief verder gaan, soms zeker weten en dan weer vertwijfeld voortstrompelen, soms gewoon maar meelopen met anderen die ook die kant uitgaan. Het speelt zich af in de werkelijkheid van elke dag: tussen vertrouwdheid en vervreemding, tussen zich hechten en loslaten, tussen genieten en je verloren voelen, tussen zoeken en gevonden worden. Soms, in het voorbijgaan, mogen wij net als Augustinus ervaren dat je niet voor niets gezocht en geroepen hebt.

 
Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heengebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.
Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij, lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede. (Belijdenissen 10,27)

 

Zo zeker als een pistool, hij er een getal variabelen die je moet nadenken over je de gezondheid van. U kunt remedies halen vanuit het comfort van uw huis. Viagra dat wordt gebruikt voor de behandeling van erectiele dysfunctie en zo'n toestanden wanneer erectie van lage kwaliteit. Heeft u een vraag over Viagra en "kamagra"? Heb je ooit hoorde over "cialis 20 mg kopen"? Verschillende apotheek beschrijven als "kamagra kopen". By the way, zijn er bepaalde verklaringen en artsen zijn altijd in staat om het probleem te lokaliseren door middel van psychologische tests. Ususally mensen gebruik van dit medicijn in de regel geen ernstige bijwerkingen op Viagra te hebben. Vergeet niet dat het kopen van erectiele dysfunctie voor geneesmiddelen buiten een gerespecteerde website illegaal kan zijn.

Go to Top
Template by JoomlaShine